HISTORIE

De middeleeuwse periode 1395-1580

De bouw van de Onze Lieve Vrouwekapel, zoals de basiliek in de middeleeuwen heette, begon in 1395. Uit een legaat van Gerardus van Spoolde werd een stuk grond verkregen met daarbij het huis van Gerardus in de Voorstraat. De grond werd geruild met een stuk dat werd aangekocht van het kapittel van Deventer, geheten 'de Hof van Zwolle'.
Er zijn drie bouwfasen geweest:
-in 1399 werd het koorgedeelte van de kerk in gebruik genomen en gewijd. Daarmee begonnen de kerkelijke activiteiten.
-De tweede fase is in 1417 afgerond (viering, transepten en eerst travee van het schip). -De laatste bouwfase van de kerk eindigde in 1450. Vanaf dat jaar werd de kerk verder ingericht.
In 1454 bouwde Jacob van Bilstijn een nieuw orgel.

Oprichting koor op 2 januari 1498

Op 2 januari 1498 is het koor 'de Onser Liver Vrowen Sengers' opgericht. Een twintigtal heren verenigden zich onder leiding van de schout van de stad, Herman van den Busche, die ook als lid aan het koor verbonden, door het tekenen van de oprichtingsakte.
Deze akte is bewaard gebleven. Er werden strenge regels opgesteld voor aanwezigheid en afwezigheid. Er werd twee keer per jaar pot verteerd.
De Sengdeken (voorzitter) werd gekozen op 2 januari en trad een jaar later weer af en er werd iemand aangesteld om de penningen te beheren.

Het koor verbond zich om elke zaterdagmorgen de mis van 6 uur of 's winters half 7 te zingen. Het koor heeft haar diensten verricht tot de sluiting van de kerk in 1580.

Oorzaak van het sluiten van de kerk voor de katholieke misviering

De oorzaak hiervan hing samen met de geschiedenis van ons land. In 1555 deed Karel V troonsafstand van al zijn functies en werd zijn zoon Philips II heer der Nederlanden. Hij was minder sympathiek als zijn vader en verbleef meestal in Spanje, waar hij koning was.
De door hem aangestelde landvoogden maakten hem gehaat; zij eerbiedigden geen gewetensvrijheid. Dit werd als zodanig ervaren door protestanten als katholieken.
In de Noordelijke Nederlanden was dit een zeer acceptabele reden om afstand te doen van het katholiek geloof van Phillips II en het Calvinisme als protestantse geloofsleer aan te nemen, omdat deze geloofsleer het recht tot verzet bood tegen een monarch, die geen gewetensvrijheid eerbiedigde.
In 1568 was o.a. om deze reden de Tachtigjarige oorlog begonnen.
In 1579 verenigden de zeven Noordelijk Nederlandse gewesten, gesterkt door prins Willem van Oranje, zich tot de Unie van Utrecht; in 1581 werd Phillips II via het “Placcaert van Verlatinghe” als heer der Nederlanden afgezworen.
Dit had het gevolg dat het Calvinisme de staatsgodsdienst werd van de Republiek in tegenstelling van het katholicisme van de koning.

De schuilkerkentijd 1580-1809 (-1855)

Door het verbod op het uitoefenen van de katholieke eredienst verdwenen de gelovigen in schuilkerken, waar men heimelijk bij elkaar kwam. De koortraditie werd piano voortgezet, getuige de muziekstukken die zijn overgebleven van het 'Steegjeschoor', koor van de statie van de Steegjeskerk. De O.L.V. kerk, ook wel Kruiskerk genoemd werd, na de teruggave in 1809 door Lodewijk Napoleon, vanaf 1811 voor de eredienst weer gebruikt. Toch bleven vele gelovigen de schuilkerken 'Onder de Bogen' en 'het Hoornsteegje' trouw. Dat bleef zo tot in 1855 toen beide schuilkerken gesloten werden. De statie Onder de Bogen kreeg in de Nieuwstraat een nieuw gebouw en kreeg de naam parochie St. Michaël. De gelovigen van het Hoornsteegje kregen de O.L.V. Kerk als parochiekerk.

De tijd van herstel

In de periode na 1809 werd de O.L.V. kerk telkens verder opgeknapt. Eerst in neoclassicistische stijl en vanaf 1876 tot 1890 in de neogotische stijl. Dit laatste was vooral te danken aan Mgr. Otto Anton Spitzen. Hij werd in 1866 benoemd tot pastoor van de kerk. Zijn kennis van de bijbel, vooral van het oude testament, heeft veel invloed gehad op de afbeeldingen in de kerk. Daarbij wordt steeds bij in de inrichting verband gelegd tussen het oude- en nieuwe testament. In 1876 benoemde hij de Duitse dirigent en organist uit Zyfflich, Johan Sylvester Ponten, tot directeur van het zangkoor.

Het tijdperk Ponten (Johan Sylvester en Eduard)

Johan Sylvester Ponten (1855-1928) geboren in Zyfflich (Duitsland) was getrouwd met Marie Andriessen uit het bekende Nederlandse componisten geslacht, van wie Hendrik Andriessen een neef was. J.S Ponten bracht het koor, waaronder het jongenskoor, tot landelijke bekendheid in de katholieke kerk. Hij voerde het scepter tot zijn dood in 1928. In 1919 werd J.S. Ponten ernstig ziek. Om deze reden nam zijn zoon Eduard op zijn verzoek in 1919 zijn taak over.
Eduard Ponten (1891-1970), derde uit het gezin, werkte aanvankelijk in Amsterdam bij de fa. Bander en was verbonden aan de O.L.V. van Lourdes kerk aldaar. Hij werkte in de O.L.V. kerk in Zwolle tot 1963. Bij zijn afscheid hief hij tevens het jongenskoor op uit onvrede met de benoeming van zijn opvolger Herman Hemels. Zoon Hans Ponten had zijn vader vaak begeleid aan het orgel. Hij vertrok echter naar Almelo aan de St.Georgiuskerk

De tijdgeest van het Caecilianisme beïnvloedde de muziekkeuze uit de 19e eeuw en begin 20e eeuw. Een herleving van het Gregoriaans en het Latijnse motet in Palestrinastijl deden hun intrede in de kerkmuziek van de O.L.V. kerk. In 1896 werd onder advies van J.S.Ponten een nieuw binnenwerk in de bestaande orgelkas geplaatst. Een romantisch orgel van de orgelbouwer Maarschalkerweerd in de pneumatische tractuur werd op 15 augustus 1896 in gebruik genomen met een feestelijke viering en concert gegeven door Jos A. Verheijen, organist van het orgel in het Amsterdamse Concertgebouw. "s Middags werd een concert gegeven in de manegezaal van Odeon door het kerkkoor, begeleid door het Concertgebouworkest. Dat was toen net opgericht.
Vele Zwollenaren kan men nog tegenkomen die ooit op het jongenskoor van Ponten hebben gezeten. Zij kunnen vaak leuke anekdotes daarover vertellen.

Na Vaticanum II

Als gevolg van het Tweede Vaticaans Concilie in de jaren zestig van de 20e eeuw veranderde nogal wat in de kerk. Het hervormingsproces verliep niet geheel volgens wens. Het kerkbezoek daalde drastisch en de maatschappij seculariseerde. Door de invoering van de landstaal, wijzigde de liturgie ingrijpend. Niet elk koor ging daar even soepel mee om. Krampachtig werd vaak vastgehouden aan de oude kerkmuziek; vaak met krachtige tegenstand van hervormers. Zo heeft menig kerk zijn Gregoriaanse traditie aan de kant gezet en de Latijnse gezangen overboord gegooid. In plaats daarvan kwamen op veel plaatsen de zogenaamde ‘beatmis’ met drum, gitaren en andere 'wereldlijke' instrumenten in plaats van het kerkorgel.

In de Onze Lieve Vrouw gingen de veranderingen niet zo drastisch. Het Gregoriaans bleef gezongen, zij het in meer bescheiden mate. Wel werden de gezangen meer in de landstaal gezongen en stond het aanleren van de psalmen centraal. Ook de Latijnse meerstemmige mis en de motetten in het Latijn werden niet overboord gegooid. Het koor houdt de traditie in ere, maar houdt ook de nieuwe ontwikkelingen bij. Er is geen voorkeur voor de muziek die niet door orgel wordt ondersteund. De beatmis deed niet zijn intrede.

Na de kerkrestauratie

In 1977, tijdens de grote restauratie van de kerk, volgde dirigent en organist Gerard Keilholtz uit Raalte Herman Hemels op. Op zijn hoge leeftijd van meer dan tachtig jaren was die niet meer in staat het koor te leiden.

Gerard Keilholtz (*1957 )voerde de gezangen in het Nederlands verder in en bracht het koor op een goed amateurniveau. Vanaf 1981 kon de gerestaureerde kerk weer in volle glorie in gebruik worden genomen. In 1983 volgde het voltooien van de restauratie van het grote Maarschalkerweerdorgel. Niettemin voelde men de behoefte om het koor voor in de kerk te krijgen om zo de betrokkenheid bij de liturgie te verhogen bij koor en gemeenschap. Daarvoor werd in 1986 een koororgel aangeschaft die in het zuidertransept staat. Toch zingt het koor meestal bij het grote orgel op het oksaal.

Het jubileum van 500 jaar

Met een tentoonstelling in het Stedelijk museum en een boek over haar geschiedenis onder de titel 'Ave Preaclara' werd in 1998 het 500 jarig bestaan van het koor gevierd. De traditie werd in ere hersteld om op 2 januari een vat bier aan te slaan en pot te verteren. Op 26 juni, de oude St. Lebuinusdag, genoemd in de oprichtingsakte, kwam kardinaal Adriaan Simonis naar Zwolle om voor te gaan in een feestelijke eucharistieviering ter gelegenheid van het jubileum.

De laatste jaren sindsdien

In 1999 vierde de parochie het feit dat in 1399, op de 26e november, de kapel werd ingewijd door de Utrechtse hulpbisschop Hubertus Schenk. Intussen had de parochie een aanvraag ingediend ter verkrijging van de status van Basilica Minor. In september werd de aanvraag weggestuurd naar Rome. Door het toevallige samenvallen van een ad lumina bezoek van de Nederlandse bisschoppen in oktober werd op 18 oktober 1999 de status van basiliek verleend door paus Johannus Paulus II.
Op 26 november ging kardinaal Johannes Willibrands op zijn hoge leeftijd van 90 jaar voor in deze speciale viering.
Aanwezig daarbij was ook de nieuwe deken van Salland Gerard de Korte, die kort daarna werd benoemd tot hulpbisschop van Utrecht. In 2008 werd Mgr.de Korte bisschop van Groningen-Leeuwarden. In 2016 werd hij bisschop van Den Bosch

In 2007 en 2008 groeide het kerkkoor van 20 naar 30 zangers. Deze onverwachte groei geeft een positieve impuls aan het koorleven en vertrouwen voor de toekomst van het inmiddels meer dan 520 jaar oude koor. In 2010 fuseerden ook de St. Stefanusparochie in Hasselt, De Onze Lieve Vrouwekerken uit, IJsselmuiden, Hattem en Kampen tot de Parochie Thomas a Kempis.